
Een grauwe tot blauwachtige, meestal gestreepte verkleuring van het splinthout,
welke door schimmels teweeggebracht wordt. De stevigheid van het hout wordt hierdoor niet aangetast.
Groeigebied-afhankelijk, door het mineraalgehalte van de bodem
teweeggebrachte inloper.
Bastvergroeiing, ingegroeide schors
Volledig of gedeeltelijke in het hout ingesloten schors.
Deling van de vezels in de lengterichting.
Een onnatuurlijke sterke verkleuring met verschillende tonen, intensiteit en uniformiteit in het binnenste van de stam, welke de hardheid van het hout niet vermindert; verschijnsel bij staande bomen bij soorten met onregelmatige vorming van het kernhout (bvb. Beuken).
Een voorgevormd stukje hout ter herstelling van niet toegestane kenmerken.
Grauwe vlekken, veroorzaakt door ondeskundig gebruik van stapellatten
vóór het drogen
(produktietechnisch uitgesloten bij Pollmeier)

Voordzijde zonder zichtbare oppervlaktegebreken, lamellen met en zonder bruin- en roodhartinlopers in een homogene kleursortering.

Rugzijde zonder zichtbare oppervlaktegebreken, lamellen met en zonder bruin- en roodhartinlopers.